And Jesus approached and spoke to them, saying: "All authority has been given me in heaven and on the earth. Go therefore and make disciples of people of all the nations, baptizing them in the name of the Father and of the Son and of the holy spirit, teaching them to observe all the things I have commanded you. And, look! I am with you all the days until the conclusion of the system of things." - Matthew 28:18-20
Now the latter were more noble-minded than those in Thessalonica, for they received the word with the greatest eagerness of mind, carefully examining the Scriptures daily as to whether these things were so. 12 Therefore many of them became believers, and so did not a few of the reputable Greek women and of the men. - Acts of the apostles 17:11-12
I solemnly charge you before God and Christ Jesus, who is destined to judge the living and the dead, and by his manifestation and his kingdom, preach the word, be at it urgently in favorable season, in troublesome season, reprove, reprimand, exhort, with all long-suffering and [art of] teaching. For there will be a period of time when they will not put up with the healthful teaching, but, in accord with their own desires, they will accumulate teachers for themselves to have their ears tickled; and they will turn their ears away from the truth, whereas they will be turned aside to false stories. You, though, keep your senses in all things, suffer evil, do [the] work of an evangelizer, fully accomplish your ministry. - 2 Timothy 4:1-5
Let us go forth to Jesus bearing the reproach he bore, for we do not have here a city that continues, but we are earnestly seeking the one to come. Through him let us always offer to God a sacrifice of praise, that is, the fruit of lips which make public declaration to his name. The apostle Paul to Hebrews 13:13-15
I say, then, to you, Everyone that confesses union with me before men, the Son of man will also confess union with him before the angels of God." - Luke 12:8
However, become doers of the word, and not hearers only, deceiving yourselves with false reasoning. For if anyone is a hearer of the word, and not a doer, this one is like a man looking at his natural face in a mirror. For he looks at himself, and off he goes and immediately forgets what sort of man he is. But he who peers into the perfect law that belongs to freedom and who persists in [it], this [man], because he has become, not a forgetful hearer, but a doer of the work, will be happy in his doing [it]. - James 1:22-25
"Take my yoke upon you and learn from me, for I am mild-tempered and lowly in heart, and you will find refreshment for your souls. For my yoke is kindly and my load is light. - Matthew 11:29-30
And this good news of the kingdom will be preached in all the inhabited earth for a witness to all the nations; and then the end will come. - Matthew 24:14
En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, en zei: "Alle autoriteit in de hemel en op aarde is mij gegeven. Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest, en leert hun onderhouden alles wat ik U geboden heb. En ziet! ik ben met U alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen." - Mattheüs 28:18-20
Laten wij dan tot Jezus gaan buiten de legerplaats en de smaad dragen die hij heeft gedragen, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken ernstig de toekomstige. Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken. De apostel Paulus aan de Hebreeën 13:13-15.
"Neemt mijn juk op U en leert van mij, want ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart, en GIJ zult verkwikking vinden voor UW ziel. Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht. - Mattheüs 11:29-30
Ik gelast u plechtig voor het aangezicht van God en Christus Jezus, die de levenden en de doden zal oordelen, en krachtens zijn manifestatie en zijn koninkrijk: predik het woord, houd u er als met een dringende zaak mee bezig, in gunstige tijd, in moeilijke tijd, wijs terecht, berisp, vermaan, met alle lankmoedigheid en [kunst van] onderwijzen. Want er zal een tijdsperiode komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar zich overeenkomstig hun eigen begeerten tal van leraren zullen bijeenbrengen om hun oren te laten kittelen; en zij zullen hun oren van de waarheid afwenden en zich daarentegen tot onware verhalen keren. Houdt gij echter in alle dingen uw zinnen bij elkaar, lijd kwaad, doe [het] werk van een evangelieprediker, volbreng uw bediening ten volle. -2 Timotheüs 4:1-5
Wordt echter daders van het woord en niet alleen hoorders, door uzelf met valse overleggingen te bedriegen. Want indien iemand een hoorder van het woord is en geen dader, dan gelijkt zo iemand op een man die zijn natuurlijke aangezicht in een spiegel bekijkt. Want hij bekijkt zich en gaat dan weg en vergeet prompt wat voor een mens hij is. Wie daarentegen tuurt in de volmaakte wet, die tot de vrijheid behoort, en daarbij blijft, die zal, omdat hij geen vergeetachtig hoorder maar een dader van het werk is geworden, gelukkig zijn doordat hij [het] doet. - Jakobus 1:22-25
De laatsten nu waren edeler van geest dan die in Thessaloni̱ka, want zij namen het woord met de grootste bereidwilligheid des geestes aan en onderzochten dagelijks zorgvuldig de Schriften of deze dingen zo waren. Velen van hen werden dan ook gelovigen, evenals niet weinigen van de achtenswaardige Griekse vrouwen en van de mannen. - Handelingen der apostelen17:11-12
En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen. - Mattheüs 24:14
Indien normen en waarden vervagen geraakt het hele denken van de geciviliseerde mens ondermijnd.
Door de normvervaging ziet men steeds minder verschillen tussen het christendom en de van God vervreemde wereld. De trend in vele gemeenschappen om meer en meer in te spelen op de entertainmentwaarden en op het verlangen van de burgers geeft dat men ook in veel gemeenschappen eerst wel een groei van "vernieuwing" ziet maar eens dat het nieuwe er af is dat men ook terug een vermindering van leden merkt, plus het verlies van de oudere leden die hebben afgehaakt wegens de vernieuwde trends.
Door het zoeken naar aantrekkingspolen en hete hangijzers lopen de kerkleiders kans om hun christelijke identificatie te verliezen. Opvallend is dat wij algemeen reeds naar een soort eenheidsworst op weg zijn.
Natuurlijk kan het geen kwaad moesten wij naar een eenvormige Kerk van Christus en een unitaire Kerk van God gaan. Maar daar lijkt de normvervaging niet naar toe te gaan. De oecumenizering blijkt ook daar geen soelaas te brengen, want wij moeten maar eens beter kijken welke algemeenheden men als eensdenkend wil aannemen.
De hedendaagse Kerk lijkt wel bezig om te zoeken hoe ze de mensen kan behagen, in plaats van hoe zij God zouden kunnen behagen.
Wij als christenen zouden er echter op moeten toezien God te behagen en niet de mensenwereld.
God heeft voor de gevallen mensenwereld liefdevol in een wettige bevrijding van de dood voorzien door middel van het loskoopoffer van zijn Zoon Jezus Christus. (Jo 3:16).
Onder het nieuwe verbond, waarvan Christus Jezus de Middelaar is, werd een geestelijke afscheiding teweeggebracht die veel effectiever is dan enige geografische grens; de geestelijke natie van de christelijke gemeente werd daardoor van de rest van de mensenwereld afgescheiden (Jo 17:6, 14-19; 1Pe 2:9-11). Lang voordien had Jehovah geprofeteerd dat hij Sion met kostbare edelstenen en al haar grenzen van „verrukkelijke stenen" zou bouwen, en Jezus citeerde deze profetie, waarbij hij het volgende vers toepaste op degenen die zijn discipelen zouden worden (Jes 54:12, 13; Jo 6:45; vgl. Opb 21:9-11, 18-21). Deze geestelijke grenzen mogen niet geschonden worden, want God waarschuwt dat degenen die ze overschrijden, vernietigd zullen worden. — Vgl. Jes 54:14, 15; 60:18 met 1Kor 3:16, 17.
Omgekeerd moeten degenen die deze geestelijke natie vormen, binnen haar grenzen blijven met inachtneming van de vastgestelde morele grenzen (1Kor 5:9-13; 6:9, 10; 1Th 4:3-6) en de geestelijke grenzen die hen afscheiden van valse aanbidding en wereldlijke stelsels (2Kor 6:14-18; Jak 4:4; Opb 18:4), alsmede de voorschriften aangaande de juiste verhouding tussen christenen en „de superieure [regerings]autoriteiten" (Ro 13:1, 5; 1Pe 2:13-16; Han 4:19, 20; 5:29), tussen man en vrouw (1Kor 7:39; 1Pe 3:1, 7) en op vele andere terreinen van het leven.
Wie erkent dat hij met God verzoend moet worden en Gods voorziening tot verzoening — namelijk het offer van zijn Zoon — aanvaardt, moet vervolgens berouw hebben van zijn zondige handelwijze en zich bekeren, dat wil zeggen zich afkeren van de weg die de zondige mensenwereld gaat. Wie zich op basis van Christus’ losprijs tot God wendt, kan vergeving van zonden verkrijgen en met God verzoend worden, waarop er „tijden van verkwikking . . . komen van de persoon van Jehovah" (Han 3:18, 19) en hij tevens vrede van geest en hart ontvangt (Fil 4:6, 7). Zo iemand is niet langer een vijand op wie Gods gramschap rust, maar is in werkelijkheid „uit de dood tot het leven overgegaan" (Jo 3:16; 5:24). Daarna moet hij Gods goede wil behouden door ’hem aan te roepen in waarachtigheid’ en ’te blijven in het geloof en zich niet af te laten brengen van de hoop van het goede nieuws’. — Ps 145:18; Fil 4:9; Kol 1:22, 23.
Indien men in dat geloof blijft en werkelijk richt op die beloften en op de goddelijke personen, heeft men geen behoefte aan de wereldse zaken om dit nog vreugdevoller te maken. Het gevoel samen in aanwezigheid van Christus te zijn en voor God te kunnen verschijnen moeten het al een evenement maken dat de moeite waard is te beleven. In het vredelievende samenzijn moeten reeds voldoende gezelligheidselementen zitten om dat samen zijn gezellig en waardevol te maken.
Hoewel het onvermijdelijk is midden in die maatschappij van wereldse mensen te leven, waartoe personen behoren die zich schuldig maken aan brasserijen, veel wijverij, hoererij, afgoderij, afpersing en dergelijke praktijken (1Kor 5:9-13), moeten christenen zich rein en onbevlekt van het verderf en de verontreiniging van die wereld bewaren door er geen vriendschappelijke betrekkingen mee aan te knopen, opdat zij niet met haar veroordeeld worden (1Kor 11:32; Jak 1:27; 4:4; 2Pe 1:4; 2:20; vgl. 1Pe 4:3-6). Zij mogen zich niet laten leiden door wereldse wijsheid, die in Gods ogen dwaasheid is, noch mogen zij de „geest van de wereld", dat wil zeggen haar zelfzuchtige en zondige aandrijvende kracht, ’inademen’ (1Kor 1:21; 2:12; 3:19; 2Kor 1:12; Tit 2:12; vgl. Jo 14:16, 17; Ef 2:1, 2; 1Jo 2:15-17). Op deze wijze ’overwinnen’ zij net als Gods Zoon door hun geloof „de wereld", de onrechtvaardige mensenmaatschappij (Jo 16:33; 1Jo 4:4; 5:4, 5). Die onrechtvaardige mensenmaatschappij staat op het punt te verdwijnen, aangezien ze door God vernietigd zal worden (1Jo 2:17), evenals de goddeloze wereld van voor de Vloed is vergaan. — 2Pe 3:6.
In de keuze van muziek en andere elementen om de eredienst op te vrolijken moeten wij zeer hard opletten dat wij voor de juiste vorm kiezen.
In de beleving van ons geloof moeten wij er zorg voor dragen dat wij het geestelijk erfgoed koesteren en dat wij er werkelijk naar streven onze bediening zo rein mogelijk te houden en volgens de wensen van God en niet naar de verlangens van de mensenwereld. god heeft voldoende talenten voorzien en laat ook voldoende variatie mogelijk. Hij is ook zo goed dat Hij ons enorme vrijheid geeft, mar wij moeten wel opletten dat wij Zijn vrijheid niet misbruiken.
Het is de eigen liefde voor God die ons hart kan open stellen naar anderen en naar de juiste beleving van ons geloof. Het kan ons op haar beurt het sterkst bewust maken van onze identiteit en kan de duidelijkste richting aan ons leven geven.
marcusampe wrote on Aug 2, '05, edited on Dec 21, '09
Eén reden voor de wijdverbreide apathie in delen van Europa bijvoorbeeld is het betreurenswaardige bericht dat de valse religie heeft opgebouwd. Intellectuelen spotten met het bestaan van God. Religieuze huichelaars maken God belachelijk. En de niet-kerkelijke wereld handelt meer en meer alsof God eenvoudig niet van belang is.
Veel jongeren hebben weinig of geen religieus onderricht. Het wekt dan ook weinig verwondering dat veel van degenen die in een maatschappij leven die grote waarde hecht aan materiële doeleinden, opgroeien tot materialistische volwassenen. De mensen vinden niet meer dat religie een plaats heeft in hun leven, en zij willen er ook niets mee te maken hebben.
In sommige landen heeft het schandalige gedrag van hebzuchtige en immorele tv-evangelisten en andere belangrijke religieuze leiders, alsook de betrokkenheid van religie bij politieke aangelegenheden en oorlogsinspanningen, eveneens mensen van religie afgekeerd.
Of iemand nu door deze mentaliteit wordt geïntimideerd, ontmoedigd raakt of met apathie wordt besmet, in al die gevallen is het gevolg hetzelfde: Zijn geloof brokkelt af. Geen wonder dat de apostel Paulus gebrek aan geloof “de zonde die ons gemakkelijk verstrikt" noemde! (Hebreeën 12:1) Sommigen nemen als vanzelfsprekend aan dat Gods oordeel ten aanzien van hen gunstig zal uitvallen als zij maar geregeld naar de kerk gaan en hun naasten geen kwaad berokkenen. Voor velen hebben de leringen van de christenheid betreffende hellevuur en vagevuur het hele idee van een goddelijk oordeel aan geloofwaardigheid doen inboeten. Maar een wijdverbreide apathie en de leugens van de christenheid doen niet af aan het feit dat ieder mens uiteindelijk door God geoordeeld zal worden (Romeinen 14:12; 2 Timotheüs 4:1; Openbaring 20:13). En van dit oordeel zal veel afhangen. Degenen wie een gunstig oordeel ten deel valt, zullen Gods gave van eeuwig leven ontvangen, terwijl zij voor wie het oordeel ongunstig is, het volledige loon der zonde zullen ontvangen, namelijk de dood. (Romeinen 6:23).
Ondanks toenemende apathie moeten wij volhouden aan het bestuderen van de bijbel en er blijven naar streven er naar te handelen. zo ook moeten wij blijven volharden in een juiste vorm van samen komen. Ook moeten wij volharden in het predikingswerk en het maken van discipelen.Wij moeten niet toestaan dat de zorgen des levens, de apathie van mensen, of onze eigen onvolmaakte neigingen ons doen wankelen in ons geloof in Gods beloften (Lukas 21:16-19).
Een sterk geloof zal korte metten maken met de verleiding om ons te laten afleiden door het ontaarde amusement, het materialisme en de apathie die de stervende wereld om ons heen kenmerken. Wij moeten plooibaar zijn door met mensen te praten over dingen die hen wel raken, zoals werkloosheid, gezondheid, misdaad, onverdraagzaamheid, het milieu en de dreiging van oorlog. Maar wij moeten hen ook wijzen op de verbanden met Gods Plan.
De consequenties van apathie, onverschilligheid en onachtzaamheid worden duidelijk gemaakt in Spreuken 1:26-29: „Ik, van mijn kant, [zal] ook lachen om úw ongeluk; ik zal spotten wanneer dat wat gij ducht komt . . . In die tijd zullen zij mij blijven roepen, maar ik zal niet antwoorden; zij zullen mij blijven zoeken, maar zij zullen mij niet vinden, en wel omdat zij kennis hebben gehaat en de vrees voor Jehovah niet hebben verkozen." Laten wij niet ’zoekend naar Jehovah’ worden aangetroffen wanneer het te laat is!
Om een nauwe verhouding met Jehovah als zijn medewerkers op te bouwen en te handhaven, moeten wij evenzo Gods Woord in ons hart opnemen (1 Korinthiërs 3:9). Kerkverenigingen moeten de keuze maken of zij op de processie wagen stappen die veel bekeken door de wereld rijdt of dat zij met Jehovah’s hulp niet zullen toelaten dat mensen van de wereld ons aan hen gelijk maken zodat wij niet meer gelijk op gaan met Jehovah’s hemelse wagen (Ezechiël 2:8; Romeinen 12:21).
Als wij ’onze hand aan de ploeg hebben geslagen’, moeten wij niet verlangend omzien naar iets wat de wereld ons te bieden heeft (Lukas 9:62; 17:32; Titus 2:11-13). Laten wij dus elke neiging om schatten op aarde te vergaren, bedwingen, en ons oog zuiver houden, scherp op het Koninkrijk ingesteld (Mattheüs 6:19-22, 33). Ons leven vereenvoudigen en waar mogelijk wereldse gewichten afwerpen, zal ons helpen gelijke tred te houden met het volk van Jehovah (Hebreeën 12:1-3). Afleidingen kunnen ons beeld van de hemelse wagen en zijn Berijder vaag maken. Maar met zijn hulp kunnen wij een heldere geestelijke kijk behouden, zoals Ezechiël deed.
Om God te kunnen verheerlijken, moeten wij hem eerst zoeken en nauwkeurige kennis omtrent hem en zijn voornemens verwerven. Daarom is Jesaja’s oproep ook zo toepasselijk: „Zoekt Jehovah terwijl hij te vinden is. Roept tot hem terwijl hij nabij blijkt te zijn. Laat de goddeloze zijn weg verlaten en de man van schadelijkheid zijn gedachten; en laat hij terugkeren tot Jehovah, die hem barmhartig zal zijn, en tot onze God, want hij zal rijkelijk vergeven." — Jesaja 55:6, 7.
Wij weten dat er nog miljoenen mensen meer zijn die Jehovah kunnen gaan loven. Ongetwijfeld brengen velen van hen al veranderingen in hun leven aan teneinde aan de schriftuurlijke vereisten voor Jehovah’s dienst te voldoen. Anderen nemen toe in kennis en geloof, zijn bezig Jehovah te zoeken en zullen er spoedig toe bewogen worden de zuivere taal met anderen te delen door hun een grondig begrip mee te delen van de waarheid omtrent Jehovah en zijn koninkrijk.
Daar er verschillende culturen zijn is het logisch dat zij met hun andere taal en andere levensgewoonten God misschien op een andere mannier dienen dan wij. Indien het een goede gezonde in Gods ogen volgens de Heilige Schrift rechtvaardigbare wijze is kunnen wij er van leren en er ook van gebruik maken. Indien de dienst elementen bevat die niet overeenstemmen met de leer van God kunnen wij ons best van die goddeloze dingen onthouden.
Laten wij enkel zoeken naar die dingen die in Gods ogen gerechtvaardigd kunnen worden. En waarom is het zo uitermate belangrijk dat wij allen Jehovah zoeken nu hij nog te vinden is, en nu ook zoeken hoe Hem best te eren? Omdat zijn beloofde nieuwe wereld ophanden is! — (Jesaja 65:17-25; Lukas 21:29-33; Romeinen 10:13-15).