Join MultiplyOpen a Free ShopSign InHelp
MultiplyLogo
SEARCH

Bijbelonderzoekers

Bijbelonderzoekers
Join this Group!Add to My Yahoo
Report Abuse


Christadelphian Vereniging voor
Bible Students,
Jehovah Getuigen,
Christadelphians
en andere
Ernstige en Vrije Bijbelonderzoekers
en Bijbelvorsers.

Steunend Lid van de
Non Trinitarian Christians
en van de
Bible Students & Bible Researchers

Verbonden met en supporter van
Christadelphia

***

And Jesus approached and spoke to them, saying: "All authority has been given me in heaven and on the earth. Go therefore and make disciples of people of all the nations, baptizing them in the name of the Father and of the Son and of the holy spirit, teaching them to observe all the things I have commanded you. And, look! I am with you all the days until the conclusion of the system of things." - Matthew 28:18-20

Now the latter were more noble-minded than those in Thessalonica, for they received the word with the greatest eagerness of mind, carefully examining the Scriptures daily as to whether these things were so. 12 Therefore many of them became believers, and so did not a few of the reputable Greek women and of the men. - Acts of the apostles 17:11-12

I solemnly charge you before God and Christ Jesus, who is destined to judge the living and the dead, and by his manifestation and his kingdom, preach the word, be at it urgently in favorable season, in troublesome season, reprove, reprimand, exhort, with all long-suffering and [art of] teaching. For there will be a period of time when they will not put up with the healthful teaching, but, in accord with their own desires, they will accumulate teachers for themselves to have their ears tickled; and they will turn their ears away from the truth, whereas they will be turned aside to false stories. You, though, keep your senses in all things, suffer evil, do [the] work of an evangelizer, fully accomplish your ministry. - 2 Timothy 4:1-5

Let us go forth to Jesus bearing the reproach he bore, for we do not have here a city that continues, but we are earnestly seeking the one to come. Through him let us always offer to God a sacrifice of praise, that is, the fruit of lips which make public declaration to his name.
The apostle Paul to Hebrews 13:13-15

I say, then, to you, Everyone that confesses union with me before men, the Son of man will also confess union with him before the angels of God." - Luke 12:8

However, become doers of the word, and not hearers only, deceiving yourselves with false reasoning. For if anyone is a hearer of the word, and not a doer, this one is like a man looking at his natural face in a mirror. For he looks at himself, and off he goes and immediately forgets what sort of man he is. But he who peers into the perfect law that belongs to freedom and who persists in [it], this [man], because he has become, not a forgetful hearer, but a doer of the work, will be happy in his doing [it]. - James 1:22-25

"Take my yoke upon you and learn from me, for I am mild-tempered and lowly in heart, and you will find refreshment for your souls. For my yoke is kindly and my load is light. - Matthew 11:29-30

And this good news of the kingdom will be preached in all the inhabited earth for a witness to all the nations; and then the end will come. - Matthew 24:14



En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, en zei: "Alle autoriteit in de hemel en op aarde is mij gegeven. Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest, en leert hun onderhouden alles wat ik U geboden heb. En ziet! ik ben met U alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen." - Mattheüs 28:18-20

Laten wij dan tot Jezus gaan buiten de legerplaats en de smaad dragen die hij heeft gedragen, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken ernstig de toekomstige. Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken.
De apostel Paulus aan de Hebreeën 13:13-15.

"Neemt mijn juk op U en leert van mij, want ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart, en GIJ zult verkwikking vinden voor UW ziel. Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht. - Mattheüs 11:29-30

Ik gelast u plechtig voor het aangezicht van God en Christus Jezus, die de levenden en de doden zal oordelen, en krachtens zijn manifestatie en zijn koninkrijk: predik het woord, houd u er als met een dringende zaak mee bezig, in gunstige tijd, in moeilijke tijd, wijs terecht, berisp, vermaan, met alle lankmoedigheid en [kunst van] onderwijzen. Want er zal een tijdsperiode komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar zich overeenkomstig hun eigen begeerten tal van leraren zullen bijeenbrengen om hun oren te laten kittelen; en zij zullen hun oren van de waarheid afwenden en zich daarentegen tot onware verhalen keren. Houdt gij echter in alle dingen uw zinnen bij elkaar, lijd kwaad, doe [het] werk van een evangelieprediker, volbreng uw bediening ten volle. -2 Timotheüs 4:1-5

Wordt echter daders van het woord en niet alleen hoorders, door uzelf met valse overleggingen te bedriegen. Want indien iemand een hoorder van het woord is en geen dader, dan gelijkt zo iemand op een man die zijn natuurlijke aangezicht in een spiegel bekijkt. Want hij bekijkt zich en gaat dan weg en vergeet prompt wat voor een mens hij is. Wie daarentegen tuurt in de volmaakte wet, die tot de vrijheid behoort, en daarbij blijft, die zal, omdat hij geen vergeetachtig hoorder maar een dader van het werk is geworden, gelukkig zijn doordat hij [het] doet. - Jakobus 1:22-25

De laatsten nu waren edeler van geest dan die in Thessaloni̱ka, want zij namen het woord met de grootste bereidwilligheid des geestes aan en onderzochten dagelijks zorgvuldig de Schriften of deze dingen zo waren. Velen van hen werden dan ook gelovigen, evenals niet weinigen van de achtenswaardige Griekse vrouwen en van de mannen. - Handelingen der apostelen17:11-12

En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen. - Mattheüs 24:14

Blog EntryNov 28, '04 1:19 AM
by Marcus for everyone


Het licht van de hemel was ontstoken, en het uitspansel gevestigd, maar nu daalt Hij neer tot deze lagere wereld, de aarde, die bestemd was voor de kinderen van de mensen, bestemd beide tot hun woning en om hen te voeden en te onderhouden, en hier wordt ons bericht, hoe zij voor die beide geschikt werd gemaakt, het bouwen van hun huis, en de toebereiding van hun tafel. (Henry)


Eerst was er niets te zien dan water: God heeft de aarde gegrond op de zee챘n, zegt de Psalmist (#Ps 24.2). Op de tweede dag was niets nieuw geschapen. Aarde en water waren reeds gevormd. God bracht scheiding tussen deze delen op de derde dag door de aarde naar boven te laten komen. Op dat vasteland voorzag Jehovah begroeiing (# Ge1: 9-13; Pr. 8:25, 29; Ps. 104.7-9)


9 “God sprak: ‘Het water onder de hemel moet naar een plaats samenvloeien, zodat het droge zichtbaar wordt.’ Zo gebeurde het.” (Ge 1:9 WV78)


/ Laat die waters onder die hemel hulle op een plek versamel, sodat die dro챘 grond sigbaar word. (AFR53)/ "Laat het water onder de hemel samenstromen in zee챘n en het droge land zichtbaar worden." (BOEK)/ samenvloeien naar 챕챕n plaats, zodat het droge te voorschijn komt. (CANIS)/ ‘Al het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat een deel van de aarde droogvalt.’ En zo gebeurde het. (GNB)/ God sprak: Vloeie al het water dat onder den hemel is in een plaats samen, opdat het droge te voorschijn kome! Alzo geschiedde het. (LEI)/ En God sprak: Het water vergadere zich onder den hemel in bijzondere plaatsen, zodat men het droge zie: en het geschiedde alzo (LU)/:samenvloeien(NBG51; WV95) / Dat de wateren van onder den hemel in een plaats vergaderd worden, en dat het droge gezien worde! En het was alzo. (STV)


Door het derdeopus distinctionis wordt het vasteland gescheiden van de zeeën. Oorspronkelijk was het aardoppervlak overdekt door het chaoselement van de “zee” (# Ps 24.2; 104.6). Door Gods werking (bedreigend woord: # Ps 104.7) komen de wateren op ,,eenzelfde (goed bepaalde) plaats” terecht (# Ps 33.7; 10437; Jer 5.22; Pr 8.29; Job 38.11) Volgens De Fraines en moet men maq6m/ maq척m (,,plaats”) niet corrigeren door miqweb/ miqweh, ,,het samengevloeide” (uit # Ge 1.10) zoals de LXX schijnt te doen. (BOT)


Zo verzamelde het water zich in de afgesloten bewaarplaatsen, zodat het niet meer de hele aarde overstroomde. (#Job 38.8-11;#Ps 104.6-9). Wellicht door
ontzettende beweging, wellicht door onderaards vuur ontstond de diepte en
vormden zich de hoogten van de aarde. De onbewerktuigde natuur werd gevormd; de grondslag en bodem van alle latere gewrochten werd gelegd.
(KEIL).


De bijhorende verschijnselen van mogelijke donderslagen, aardbevingen en vulkaanuitbarstingen worden later beschreven: (#Job 38:10 Ps 104:6-8)


(# Job 38:10) toen Ik haar paal en perk stelde, de poort vergrendelde


(# Ps 104:6-8) dekte haar met een sluier, de oerzee. Het water stond boven de bergen.Doch het week voor uw dreigen terug, het vlood voor de stem van uw donder: en de bergen kwamen omhoog, hun kloven werden tot dalen alnaar Gij de plaats hun beschikt had.


10 De reeds op de tweede dag begonnen scheiding van de wateren was nu voltooid en de aarde had naar haar bestanddelen, oceaan en vast land, de bestemde gedaante verkregen.


De indijking van het zeewater is weer een symbool van Gods macht; maar steeds blijft de Zee als iets vijandigs Voor Gods scheppingskosmos dreigende chaosmachten moeten voortdurend door God worden bewaakt (# Job 7.12) en bedwongen (# Ps 89.10; Job 26.12). Op het einde van (# Ge 1.9) voegt de LXX de tekst in:


,,en het water onder de hemel vloeide samen naar zijn verzamelplaats, en het droge werd zichtbaar”.


Waters (AFR53); zeeën (BOEK, NBG51, STV); zee (CANIS, GNB, LEI, LU? WV95)


Er staat niet: zee, maar: zeeën, omdat door dit woord bij de Hebree챘n niet alleen verstaan wordt de grote zee, gelijk {#Pre 1:7}, maar ook andere zeeën, poelen, meren en alle verzamelingen van wateren. Zie {#Ge 14:3 Ex 14:23 Nu 34:11 Mt 4:18 Joh 21:1}, en elders.


Lit. : J. Sperna Weiland, God en Zee (Ned. Theol. T. 8, 1953/4, 1-15; 15-18; 18v); (BOT) (Poole).


Het droge land “hayyabbashah,” letterlijk “het droge” slaat op de continenten. Het ww tera’eh slaat er op dat het mag gezien worden.


(# Ge 1:11-12) “God sprak: ‘Het land moet zich tooien met jong groen gras, zaadvormend gewas en vruchtbomen die ieder naar zijn soort hun vruchten dragen, met zaad erin.’ Zo gebeurde het. En uit het land schoot jong groen op, gras, zaadvormend gewas, in allerlei soorten, en bomen die ieder naar zijn soort hun vruchten droegen, met zaad erin. En God zag dat het goed was.” (WV78)


God zag, dat het goed was, de wateren van de aarde te scheiden. Dan geeft Hij de opdracht aan de aarde om groen voort te brengen. Zo, door Gods gebod wordt de aarde in haar eigen aard geconstitueerd doordat ze, dank zij Gods bevruchtend woord, de planten voortbrengt (# Ps 104.14). Jehovah is een sprekende God die zich bekend maakte,
bij machte is Zijn verlangen te realiseren en voorziet in het voortbestaan van
Zijn schepping. Hij zorgt dat de aarde zichzelf verder zal kunnen in leven
houden. Levensmogelijkheid en levensonderhoud voor mens en dier gaan de
schepping van de levende wezens vooraf.


Strikt genomen horen deze vss reeds bij het opus ornatus; anderzijds maakt de plantengroei normaal deel uit van het vasteland (voor een Hebreeër hebben de planten geen nefes (ziel) of levensbeginsel). Om de totaliteit te suggereren worden drie soorten gewassen opgesomd: in het wild groeiende (‘jong groen’ ‘gras’)(als in # Ps 37.2; 2Sa 23.4; Job 38.27), kruiden (챕sebh) zaaddragende granen en groenten (die zelf uit zaad zijn ontstaan: (# Jer 14.6; Ps 106.20), en zaadgevende zaden (mazría’ zéra’), (ets peri,) of vrucht dragende bomen.


“God sprak: De aarde moet groene planten voortbrengen, zaaddragend gewas
en vruchtbomen, die zaadvruchten dragen op aarde, elk naar zijn soort. Zo geschiedde.” (CANIS) / gewassen , zaaddragende planten en vruchtbomen met zaad in hun vruchten op aarde groeien.(BOEK)


Zo krijgt men de melding van de schepping van een breed gamma planten waartussen van gras tot bomen niet eetbare en eetbare tussen zijn. De grassen of déshe’ betekenen ook “vochtig zijnde” en kan ook terugslaan op mossen en andere aardbodembedekkers of gewoon op plantengroei die voldoende vocht bevat. Betreft de kruiden gaat het over die planten die zaad van zich  voortbrengen, dragen, geven en uitwerpen; alzo onder {#Ge 1:12,29}. Verder is er het “geboomte der vrucht” (vruchtdragend; vrucht voortbrengend > karpos (vrucht); akarpos (onvruchtbaar); karpophreoo (vrucht dragen)


Van deze drie “soorten” planten wordt niet: gezegd dat: ze, in fixistische zin, door God direct geschapen werden; het gaat er alleen om dat alle planten van God het zijn gekregen hebben.
Over de betekenis van min (# Ge 1.21,25; 6.20), ,,soort’’ (verwant met temunãh, “gestalte”; LXX: nao~ouhixa), zie P. Schepens (Rech Sc. Rel. 13, 1923, 161-64).


Elk zaad heeft zijn eigenheden en produceert naargelang die eigenheden van die soort zo dat er continuïteit zal zijn op de aarde.


“Zo was het avond geweest en morgen geweest: de derde dag.” (Ge 1:13 LEI)


0 Comments
Add a Comment