Join MultiplyOpen a Free ShopSign InHelp
MultiplyLogo
SEARCH

Bijbelonderzoekers

Bijbelonderzoekers
Join this Group!Add to My Yahoo
Report Abuse


Christadelphian Vereniging voor
Bible Students,
Jehovah Getuigen,
Christadelphians
en andere
Ernstige en Vrije Bijbelonderzoekers
en Bijbelvorsers.

Steunend Lid van de
Non Trinitarian Christians
en van de
Bible Students & Bible Researchers

Verbonden met en supporter van
Christadelphia

***

And Jesus approached and spoke to them, saying: "All authority has been given me in heaven and on the earth. Go therefore and make disciples of people of all the nations, baptizing them in the name of the Father and of the Son and of the holy spirit, teaching them to observe all the things I have commanded you. And, look! I am with you all the days until the conclusion of the system of things." - Matthew 28:18-20

Now the latter were more noble-minded than those in Thessalonica, for they received the word with the greatest eagerness of mind, carefully examining the Scriptures daily as to whether these things were so. 12 Therefore many of them became believers, and so did not a few of the reputable Greek women and of the men. - Acts of the apostles 17:11-12

I solemnly charge you before God and Christ Jesus, who is destined to judge the living and the dead, and by his manifestation and his kingdom, preach the word, be at it urgently in favorable season, in troublesome season, reprove, reprimand, exhort, with all long-suffering and [art of] teaching. For there will be a period of time when they will not put up with the healthful teaching, but, in accord with their own desires, they will accumulate teachers for themselves to have their ears tickled; and they will turn their ears away from the truth, whereas they will be turned aside to false stories. You, though, keep your senses in all things, suffer evil, do [the] work of an evangelizer, fully accomplish your ministry. - 2 Timothy 4:1-5

Let us go forth to Jesus bearing the reproach he bore, for we do not have here a city that continues, but we are earnestly seeking the one to come. Through him let us always offer to God a sacrifice of praise, that is, the fruit of lips which make public declaration to his name.
The apostle Paul to Hebrews 13:13-15

I say, then, to you, Everyone that confesses union with me before men, the Son of man will also confess union with him before the angels of God." - Luke 12:8

However, become doers of the word, and not hearers only, deceiving yourselves with false reasoning. For if anyone is a hearer of the word, and not a doer, this one is like a man looking at his natural face in a mirror. For he looks at himself, and off he goes and immediately forgets what sort of man he is. But he who peers into the perfect law that belongs to freedom and who persists in [it], this [man], because he has become, not a forgetful hearer, but a doer of the work, will be happy in his doing [it]. - James 1:22-25

"Take my yoke upon you and learn from me, for I am mild-tempered and lowly in heart, and you will find refreshment for your souls. For my yoke is kindly and my load is light. - Matthew 11:29-30

And this good news of the kingdom will be preached in all the inhabited earth for a witness to all the nations; and then the end will come. - Matthew 24:14



En Jezus trad naderbij en sprak tot hen, en zei: "Alle autoriteit in de hemel en op aarde is mij gegeven. Gaat daarom en maakt discipelen van mensen uit alle natiën, hen dopende in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige geest, en leert hun onderhouden alles wat ik U geboden heb. En ziet! ik ben met U alle dagen tot het besluit van het samenstel van dingen." - Mattheüs 28:18-20

Laten wij dan tot Jezus gaan buiten de legerplaats en de smaad dragen die hij heeft gedragen, want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken ernstig de toekomstige. Laten wij door bemiddeling van hem God altijd een slachtoffer van lof brengen, namelijk de vrucht der lippen die zijn naam in het openbaar bekendmaken.
De apostel Paulus aan de Hebreeën 13:13-15.

"Neemt mijn juk op U en leert van mij, want ik ben zachtaardig en ootmoedig van hart, en GIJ zult verkwikking vinden voor UW ziel. Want mijn juk is weldadig en mijn vracht is licht. - Mattheüs 11:29-30

Ik gelast u plechtig voor het aangezicht van God en Christus Jezus, die de levenden en de doden zal oordelen, en krachtens zijn manifestatie en zijn koninkrijk: predik het woord, houd u er als met een dringende zaak mee bezig, in gunstige tijd, in moeilijke tijd, wijs terecht, berisp, vermaan, met alle lankmoedigheid en [kunst van] onderwijzen. Want er zal een tijdsperiode komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar zich overeenkomstig hun eigen begeerten tal van leraren zullen bijeenbrengen om hun oren te laten kittelen; en zij zullen hun oren van de waarheid afwenden en zich daarentegen tot onware verhalen keren. Houdt gij echter in alle dingen uw zinnen bij elkaar, lijd kwaad, doe [het] werk van een evangelieprediker, volbreng uw bediening ten volle. -2 Timotheüs 4:1-5

Wordt echter daders van het woord en niet alleen hoorders, door uzelf met valse overleggingen te bedriegen. Want indien iemand een hoorder van het woord is en geen dader, dan gelijkt zo iemand op een man die zijn natuurlijke aangezicht in een spiegel bekijkt. Want hij bekijkt zich en gaat dan weg en vergeet prompt wat voor een mens hij is. Wie daarentegen tuurt in de volmaakte wet, die tot de vrijheid behoort, en daarbij blijft, die zal, omdat hij geen vergeetachtig hoorder maar een dader van het werk is geworden, gelukkig zijn doordat hij [het] doet. - Jakobus 1:22-25

De laatsten nu waren edeler van geest dan die in Thessaloni̱ka, want zij namen het woord met de grootste bereidwilligheid des geestes aan en onderzochten dagelijks zorgvuldig de Schriften of deze dingen zo waren. Velen van hen werden dan ook gelovigen, evenals niet weinigen van de achtenswaardige Griekse vrouwen en van de mannen. - Handelingen der apostelen17:11-12

En dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt tot een getuigenis voor alle natiën, en dan zal het einde komen. - Mattheüs 24:14



Genesis


Schepping


H1v1-2.


Proloog: de Oorsprong
God de Soevereine Schepper


Vertalingen & verklaringen


1.IN den beginne schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde was evenwel een chaos; duisternis bedekte het oppervlak van de oerzee, en een ongewoon hevige wind joeg de wateren op.


/1 In [het] begin schiep God de hemel en de aarde. 2 De aarde nu bleek vormloos en woest te zijn en er lag duisternis op het oppervlak van [de] waterdiepte; en Gods werkzame kracht bewoog zich heen en weer over de oppervlakte van de wateren.


/
In het begin schiep God de hemel en de aarde. Ook mogelijk is de vertaling: ‘In het begin toen God de hemel en de aarde schiep [...] zei God’ 2 De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water. ( Gods geest zweefde over het water - Gods geest, of: ‘Gods adem’. Ook mogelijk is de vertaling: ‘een hevige wind joeg het water op’.) (NBV)


/ When God began to create the heaven and the earth - the earth being unformed and void, with darkness over the surface of the deep and a wind from God sweeping over the water — ... .
(Torah)


In “het Boek” gaat men over het uitspansel of hemel in de meervoudsvorm te zetten[
zoals in (DBY)]: “In het begin heeft God de hemelen en de aarde gemaakt.” (Ge 1:1 BOEK)



“Toen God een aanvang maakte met de schepping van hemel en aarde—” (Ge 1:1 LEI)



/ In het begin schiep Elohim hemel en aarde.


/ ‘In het begin toen God de hemel en de aarde schiep...’. Deze vertaling is grammaticaal niet onmogelijk. Het bezwaar van deze vertaling is volgens De Fraines, echter, dat de hoofdgedachte van de zin in een bijzin wordt teruggedrongen. Daardoor dreigt dat wat de hoofdzaak in dit vers is een bijzaak te worden. De betekenis van Gods soevereine
schepping van het heelal uit het niets (# Heb11 :3) wordt verarmd tot niet meer dan een formatie van bestaande materie. Het gaat in dit hoofdstuk om wat Jehovah Elohim doet. De Godsnaam wordt in de eerste 35 verzen ‘in Genesis 1 maar liefst 35 keer gebruikt. Elohim, Hij die als Schepper wordt aanzien is het Ja Woord, het Begin van alle Begin of de Jahweh, Hij die is.
‘Elohim’ (# Ge 2:4) = God; ‘HERE’ = de titel voor onze God; ‘El Sjaddai’ (#Ge 17.1) =
God, de Almachtige; ‘Eljon’ (#Ge 14.18) = God, de Allerhoogste; ‘Adonai’ (#Ge 15.2) = de Heer, wiens eigennaam Hij nog zal bekendmaken.


(#Ex 20:11 31:18 1Kr 16:26 Ne 9:6 Job 26:13 38:4 Ps 8:3 33:6,9) Betreft de mogelijke
meervoudsvorm van God kan men opmerken:
Heel het exposé wordt opgebouwd vanuit Gods transcendentie. De godsnaam ‘élohïm bevat geen rest van polytheïsme (misschien wijst de slot-m niet eens op een mv.) ; zelfs als de uitdrukking een mv.vorm is kan men denken aan een “plurale maiestatis” (vgl. 42,30: ~a~dönim, of ilani voor de pharao in de Amarnabrieven 235,2; Dhorme, RB 1914, 356, vergelijkt met een met hoofdietters geschreven naam) of aan een “plurale complexitatis” (“al wat goddelijk is”; aldus König; vgl. de abstracte meervoudvormen n~e’ürïm, zeqûnim, voor “jeugd” en “oude leeftijd”). Meestal wordt de godsnaam Elohim geconstrueerd met het enk. van het ww. (uitzonderingen zijn (#Ge 20:13; Jos 24:19), terwijl anderzijds dezelfde term ‘~e~löhïm (voor “hemelse wezens” of “andere goden”) het ww. in het mv. heeft (#Ex 12:12; 20:23). (J.D.Fraines) Ook kunnen wij denken aan uitdrukkingen als “Wij Koning der Belgen”.
Hoogwaadigheidsbekleders spreken in de meervoudsvorm en worden dikwijls onder de
meerv.vorm aangehaald.


Dit zal later belangrijk blijken omdat velen die ‘m’ gebruiken om te verwijzen naar een god bestaande uit drie eenheden. Verdere lezing zal daar later meer duidelijkheid in brengen.


Het hebr. woord bara’ (‘scheppen’), dat hier gebruikt wordt (# Ge 1: 1, 21, 27) duidt steeds op een handeling van God, die iets nieuws tot stand brengt.


,,in het begin van Gods scheppingsactiviteit” (aldus Ibn Ezra, H. Grotius, H. Holzinger) zijn andere mogelijke vertalingen of ,,vooraleer de schepping een aanvang nam” (aldus Rasji, Ewald). Het distinctief accent der Masoreten (tiphã) wijst op het absoluut karakter van de uitdrukking berë’sït (zonder lidwoord als in (# Isa 46:10). In diezelfde richting wijzen ook de transliteraties barasët
(Sam) en Baonon9(Origenes), de oude vertalingen beqadmin (Onkelos), êvâoxü
(LXX),~êv xsqa2aip(Aquila), in principio (Vg) en de gelijksoortige formules mëro~s~ (# Pr 8:23; Isa 40:26; 41:4,26; 48:16), më~ôlam (# Pr 6,4; Ps 90:2)(: x8 maal), miqqedein (#Isa 9:11; Mich 5:1), of mëre~s~it (#Isa 46:10) ; vgl. CBQ 10, 1948, 140-42. Op meer dan een Schriftplaats is er sprake van de schepping ,,in het begin” (#Ps 102:26; Sir 18:1; Pr8:22)(v);(# Mt24:21; 25,34; Lu 11:50; Joh 17:24; Eph 1:4; Heb 4:3 1Pe 1:20; Re 13:8).


Het ww. “scheppen” (bãrã’)wordt meestal voorbehouden voor Gods activiteit (35 maal
met God als onderwerp) ; (#Jos 17:15. 18; Ez 21:24; 23:47) gaan terug op een gelijkluidende wortel die ,,snijden” betekent (in de piël). Het voorwerp van het Ww. bara’ is steeds iets wat nieuw is (#Nu 16:30; Jer 31:22;Ps 51:12;Isa 48:7);vgl.in het phenicisch: ,,iets kunstvol vervaardigen”) en wonderbaar (#Ez 34:10; Am 4:13; Isa 41:20). Zie F.M. de Liagre Böhl, Barã’ als Terminus der Weltschöpfung im aittestamentlichen Sprachgebrauch (Beiträge zur Wiss. des A.T. 13, 1913, 42-60); J. van der Ploeg, Le sens du verbe he’breu barã’.
Etude sémasiologique (Muséon 49, 1946, 143-57); P. Humbert, Emploi et portée du verbe barã’ (créer) dans l’Ancien Testament (Theol. Zeitschr. 3, 1947, 401-22).


In den beginne schiep God de hemel en de aarde 1:1 (# Joh 1:1-3).


Dit vs vormt eerder een soort titel (Gunkel; Ceuppens) of een voorafgaande proclamatie
(Zimrnerli, Von Rad) dan een prolepsis (Procksch, die de eigenlijke titel in 2,4a ziet).


Wij beginnen ons doorlopend verhaal over de mensheid en zijn relatie met God niet met het Nieuwe Testament, omdat als we één gedeelte van de Bijbel vóór alle andere delen moeten
bestuderen, dit wel Genesis 1-3 is. Deze hoofdstukken zijn namelijk niets minder dan een beknopte samenvatting van de hele bijbelse leer. In deze eerste drie cpp is er sprake van twee gebeurtenissen, die de ,,grondslagen van de christelijke godsdienst raken’ (decreet van de pauselijke bijbelcommissje. 30 juni 1909; Denz 2123), nI. de schepping en de oerzonde.


Het is ook daarom dat juist deze eerste hoofdstukken zo zwaar onder vuur liggen. Hoe vaak horen we niet dat dit bijbelboek ‘niet wetenschappelijk’ zou zijn, waarbij wetenschap (als waarheid) tegenover het geloof gezet wordt! De Bijbel is echter alleen in díe zin niet
wetenschappelijk dat hij niet uit het menselijk (be-)denken voortgekomen is, zoals wèl het geval is bij alle wetenschap en mythologie.


De eerste twee hoofdstukken geven een verslag van de schepping.


Ofschoon er in deze cpp ,,oneffenheden” voorkomen, wordt er toch één religieuse les in voorgehouden, dat nl. de goede Scheppergod (het eerste subject van de H. Schrift) niet
aansprakelijk is voor het vele kwaad dat in de wereld voorhanden is:


de Schepper heeft alles goed geschapen (#Wijs 11:24; Re 4:11) hemel en aarde, flora en fauna en de mens, terwijl de kwalen, waaraan de mensen nu onderhevig zijn, in laatste instantie
hun verklaring vinden in een geheimzinnige overtreding, waardoor ,,de mens” zich ,,in den beginne” hoogmoedig tegen God verheven heeft. Wij horen hoe het met de relatie tussen de Schepper en de mens mis ging, maar ook hoe God een plan had om dat alles weer in orde te maken. Er is dus noch van immanentie-pantheïsme noch van dualisme sprake. Deze
theologische les wordt voorgesteld in twee stappen: de schepping wordt beschreven volgens het liturgisch relaas van P (I,r._2,4a), terwijl de oerzonde wordt ingekleed in de populaire paradijs-voorstelling van J (2,4b_3,24).


Gods scheppingswerk wordt voorgesteld onder de vorm van een kunstmatig schema, waarin de schikking van bepaalde goed omschreven formules een zekere regelmaat brengt (zodat de
liturgische recitatie vergemakkelijkt wordt). In feite vertoont deze “dispositieve hymne” drie delen:


een inleiding (#Ge 1.1). het corpus der uiteenzetting (#Ge 1:2-31), en een besluit (# Ge 2:I-4)(a). Dat de Sitz im Leben van dit cp oorspronkelijk in de cultus te zoeken is (P. Humbert, Th. Maertens), wordt o.m. bewezen door het parallelisme met het akkadisch scheppingsepos Enuma elis~ (vgl. En.el. II, i-~ IV, 137-46; V, 1-20; VI,i-7.3i~37 zie JNES 17, 1958, 32-40).
Wat in de bijbel van belang is, is de stralende (wijl liturgisch beleden) bevestiging van een geloofsvisie op de persoonlijke God, die zijn eeuwig wezen metterdaad openbaart in zijn heilsactiviteit ,,ad extra”. De priesterlijke interpretatie ziet in de schepping Gods eerste en fundamenteelste heilswerk


De bedoeling van deze teksten is niet, de vraag naar de schepping van het heelal in de tijd, ook naar de stof, te beantwoorden of een acuraat wetenschappelijke vorstelling te geven . De gewijde schrijver wil alleen zijn geloofsovertuiging voorhouden dat de georganiseerde wereld, zoals hij voor zijn ogen zichtbaar is, een aanvang gehad heeft, d.w.z. dat God helemaal niet ontstaan is door een kosmogonie, als de babylonische goden. De immer actuele (in de cultus
geactualiseerde?) les van deze passage blijkt dus te zijn: God is buiten, boven, en vóór de nu bestaande kosmos (# Ps 90:2); er is geen enkele scheppende macht buiten Hem. Andere verklaringen van berësït zijn onaanvaardbaar: de Targum fragmentarium waagt van ,,met wijsheid” (biteb~unãh, in (#Ps 136:5) ; (#Joh 8:25) schijnt te zinspelen op de verklaring ,,door het Woord” (vgl. Hieronymus in PL 23/938); Ambrosius en Basilius vertalen ,,in een
oogwenk”


De aarde nu was woest en ledig 1:2 (vgl. # Isa 45:18)


/
2. De aarde, zoals zij door God in een punt van de tijd uit het niet was te voorschijn
geroepen, nu was woest en ledig en duisternis was op de afgrond. En de Geest van
God zweefde op over de oppervlakte van de wateren heen. (Dachs)


In het Hebreeuws “Thoohoe waboohoe,” woorden, in die taal gebruikt als iets ledigs en vreemds wordt bedoeld; iets, dat nog voor niets geschikt is. Gelijk een embryo in de
moederschoot, alzo was de aarde toen nog met watermassa’s omgeven. (#2Pe 3.5)
(DÄCHSEL). ‘Het Boek-het Leven’ gebruikt ook “watermassa zoals de GNB tegenover
“wateren en wateren” in NBG51, STV. RWEBSTR; of ‘
een afscheiding tussen het ene water en het andere.’ (WIL95).


De wind van God joeg over het water. (GNB).


Aangezien het Hebreeuwse woord voor ‘wind’ eveneens ‘geest’ betekent, vertaalt men ook
De geest van God zweefde... Sommigen vatten de woorden ‘van God’ op als een superlatief en stellen dan de vertaling Een zeer sterke wind voor.


Hier wordt het contrast getekend van wat straks in de zes scheppingsdagen volgt: de chaos wordt kosmos. Gedurende de eerste drie dagen maakte God de vormloze aarde van uit het niets. Dan was er naast de grond of aarde, het water. Het gaat hem eigenlijk over het Universum, de ganse wereld. De Geest Gods zweefde over de wateren. Te denken is aan de
oeroceaan, die de aarde bedekte. Die vertaling, ‘de wind van God joeg over het water’, is niet onmogelijk. maar wel zeer onwaarschijnlijk. Wat voor zin zou dat hebben? De hebr. woorden roeach elohiem betekenen doorgaans ‘Geest Gods’.
Wanneer Daniël (# Da 7:2) spreekt van winden, die de zee in beroering brengen, gebruikt
hij
e
en uitdrukking die niet verward kan worden met de hebr. uitdrukking ‘de Geest Gods’. Het woord voor zweven’ keert terug in (# De 32:11) de arend, die zijn broedsel opwekt - dテ「テ「r beeld van Gods intieme bemoeienis ュmet zijn volk, hier met zijn schepping. Het hebr. woord betekent zowel “wind” als “geest.” Het is hier het levendmakend beginsel, de adem Gods, (in het vervolg van het verhaal uitgedrukt door het spreken van God) die als een zachte wind over de wereldzee blies, en hier als een verpersoonlijkte kracht wordt voorgesteld, vgl. #Ps 33:6 104:30.


De Staten-Overzetters tekenen aan, dat het woord “zweven” ook “broeden” betekent. In (# De 32:11) wordt hetzelfde woord gebruikt van de arend, waar gezegd wordt, dat hij over zijn
jongen zweeft. De betekenis van “broeden” is, en terecht, van de stamverwante talen (het Syrisch en het Arabisch) afgeleid, waar het werkwoord gebruikt wordt van de vogel, die op de eieren broedt. De aarde kon het leven niet voortbrengen.
Alleen door de levende en levenwekkende Geest van onze God kon dit bewerkt worden. Zo in het rijk van de natuur, zo ook straks in het rijk van de genade.


De Leidense vertaling:’ Gods geest dekte het water’ kan onterecht het beeld geven dat het water werd toegedekt maar beduidt dat het water werd klaar gemaakt.



Het begon met een leegte, waarna chaos of geordendheid kwam. Als een leegte of diepte was er de ongeordende massa in de duisternis. De Geest of Gods Kracht was er rond. Het is die Geest, de Scheppingskracht die vorm ging geven aan al die ontstaande elementen. Hoewel God inderdaad door Zijn eeuwige kracht hemel en aarde schiep uit iets, dat buiten onze waarneming valt, geloven wij Christenen, dat toch in dit wondervolle werk Zijn wil of verstand hier niet eindigde of op een punt staan bleef; maar, daar Hij oneindig is in wijsheid, maakte Hij ze, opdat ze, zowel wat de stof als wat de manier aangaat, ons, als in een mysterie, iets hogers en voortreffelijkers mochten aanbieden; met deze wijze bedoeling maakte Hij alles. (Bund) God was overal tussen. De stof van al het aardse werden op hetzelfde ogenblik gemaakt, maar hun vorming enz.was in overeenstemming met de dag, waarop God ze het
aanschijn gaf, naar hun eigen orde en soort.- -



2 Comments
marcusampe wrote on Jul 11, '04



Beste lezers,

Ik merk dat in Outlook Express de tekst steeds
verschijnt
waar ik een alinea opdracht in mijn Word document heb
ingevoerd.

Dit
stoort wel in het beeld. Indien iemand de oplossing weet om dit te vermijden,
mag hij dit laten weten.

Ik wens
jullie anders nog veel leesgenot en indien jullie commentaren hebben zijn ze
steeds welkom.

Het
beste,

Met vriendelijke groeten,
Marcus
Ampe

marcusampe wrote on Nov 6, '04

Wij vonden in de Heilige
Schrift:

 

1 Sinds het begin
is God schepper,- van de hemelen en de aarde.

2 De aarde is woest en vormloos geweest, met
duisternis op het aanschijn van de oervloed,- maar adem van God reeds wervelend
over het aanschijn van het water.

 

Van bij de aanvang in het Boek der Boeken
worden wij naar het Begin der Tijden verwezen als een gebeuren dat God in zich
droeg. van bij het begin was Hij, Jehovah, de Schepper.

Nergens in de basistekst vinden wij een
verwijzing naar andere personen of andere  betrokkenen in het
ontstaansproces.

" Loof, mijn ziel, de Heer! Heer, mijn God, hoe
ontzaglijk zijt Gij, met glans en luister bekleed, gehuld in een mantel van
licht; de hemel spant Gij als een tentkleed. Gij zijt die zijn opperzalen te
zolderen vermocht op de wateren, die wolken maakt tot zijn wagen, op de
vleugelen vaart van de wind; die macht heeft dat stormen zijn boden, vuurvlammen
zijn dienaren zijn. Gij grondde de aarde op haar zuilen, onwrikbaar, eeuwig van
duur," (Ps 104:1-5 WV78)


" Gij zijt het die hoog uit zijn zalen de
bergen doet vloeien van water; de aarde leeft van de gave uwer schepping: kiemen
doet Gij het gras voor het vee, het gewas dat de mens het bewerkt, dat het brood
uit de aarde zal geven. Er is wijn, die het mensenhart deugd doet, - als van
olie glanst het gelaat - en brood dat het mensenhart kracht geeft." (Ps
104:13-15 WV78)


Er wordt duidelijk gemaakt dat het God
is die de pijlers van deze wereld heeft geschapen.


"U hebt de aarde op pijlers vastgezet, tot in eeuwigheid wankelt zij niet."
(Ps 104:5 NBV)


Doorheen de Bijbelse geschiedenis wordt ons ook getoond hoe Hij het is die
alles dirigeert en onder controle heeft. Wij worden er op gewezen dat het Gods
wijsheid is die alles heeft doen ontstaan, laat bestaan en laat verlopen, maar
er ook een einde kan aan maken.


"Hoe talrijk zijn uw werken,

HEER. Alles hebt u met
wijsheid gemaakt, vol van uw schepselen is de aarde." (Ps 104:24 NBV)

"En allen zien ernaar uit dat u brood geeft, op de juiste tijd. Geeft u het,
dan doen zij zich te goed, opent zich uw hand, dan worden zij verzadigd. Verberg
uw gelaat en zij bezwijken van angst, ontneem hun de adem en het is met hen
gedaan, dan keren zij terug tot het stof dat zij waren. Zend uw adem en zij
worden geschapen, zo geeft u de aarde een nieuw gelaat." (Ps 104:27-30 NBV)


Door Gods adem zagen wij het levenslicht. Ook al kwamen wij verder voort uit
zondige mensen, Hij gaf het niet op om ons verder te blijven zoeken en ons ver
kansen te blijven geven.


Niettegenstaande dat de mens bijna onmiddellijk ongehoorzaam was zocht Hij
mogelijkheden om de Creatie te herstellen.


In het herscheppingproces merken wij in het Oude Testament slechts 챕챕n
persoon die de Veroorzaker is, de Ontwerper van het Ene Gebeuren. Het is de
Verwezenlijking van H챕t Zijn, het is Diegene die Is.


Doorheen de Hebreeuwse geschriften wordt er gag gemaakt van "Ik die Ben",
Jehovah God de Almachtige Vader welke een Overeenkomst maakte met Abraham onze
Stamvader. Het was die Ene God die de Geboden en de Wet gaf en profeten uitzond
om ons het Heil van Verlossing te verkondigen.


Ook daar kunnen wij zien dat het die Ene is die Zijn Zoon op de wereld bracht
om ons verlossing te brengen. Ook in het Nieuwe Testament zien wij weer dat het
God de Vader was die ons gaf en ons nog steeds geeft, om dit te zullen doen tot
in der eeuwigheid.


 

Add a Comment